Met dit thema vullen we in hoe het onderwijs de personeelsvraag voor de (kennis)economie kan bedienen. Daarnaast heeft het onderwijs ook een meer autonome rol als motor en innovator van de (eu)regio. Kwalitatief goed onderwijs levert een potentieel aan nieuwe arbeidskrachten af die – volgens eerder genoemde onderzoeken- werkgelegenheid aantrekken. Het onderwijs fungeert tevens als een borrelend vat, waarin alle mogelijke talenten van jongeren tot wasdom kunnen komen: al die talenten maken Limburg.
De kwaliteit van het onderwijs is een belangrijk aandachtspunt. Doorlopende leerlijnen en de kwaliteit van het docentenkorps staan daarbij centraal. De relatie tussen onderwijsinstellingen en de markt (het bedrijfsleven) moet op een andere wijze worden vormgegeven. Sterker dan voorheen zullen het onderwijs en de kennisinstellingen open moeten staan voor nieuwe en andere vragen uit de markt. De markt op zijn beurt zal ook beter en duidelijker moeten aangeven wat de te verwachten ontwikkelingen in het bedrijfsleven zijn, zodat het onderwijs daar adequaat op kan inspelen. Dit biedt ook mogelijkheden tot vernieuwing van het onderwijs, bijv. door het inzetten van Masterclasses voor leerlingen ten behoeve van de clusters van kracht.
Door vervagende landsgrenzen wordt de arbeidsmarkt veel groter, waardoor er meer dynamiek ontstaat. De leerlingen en studenten dienen te worden opgeleid voor deze euregionale arbeidsmarkt. Dit kan bijv. door meertalig onderwijs, stageplaatsen voor buitenlandse leerlingen etc. We kunnen meer profijt halen uit de beschikbare onderwijsinfrastructuur in de euregio. Samenwerking (bijvoorbeeld met het beroepsonderwijs in Maaseik) loont meer dan elkaar (met aanbieden van nieuwe opleidingen) leerlingen af te snoepen en levert tevens een bijdrage aan het versterken van de onderwijskwaliteit.