dinsdag 29 september 2009 13:24
Gedeputeerde Economische Zaken Limburg, Jos Hessels: ‘Limburg moet, juist nu, daadkracht tonen’
Natuurlijk heeft hij de miljoenennota met gemengde gevoelens ontvangen. Naast het verlies van de al aangekondigde 56 miljoen euro uit het provinciefonds, laat het kabinet in haar speurtocht naar bezuinigingen op de rijksbegroting maar al te graag het oog vallen op de goed gevulde provinciale spaarvarkens. Jos Hessels, gedeputeerde economische zaken provincie Limburg, kent als voormalig CDA Tweede Kamerlid de mores in De Haag. “Extra bezuinigingen zijn slecht voor de aanpak van de crisis in Limburg, maar het doet niets af aan de toekomstvisie die we voor onze provincie nastreven. Daar wijken we niet van af.”
Die visie is vervat in Koersvast Limburg, de routemap naar economisch herstel; opgesteld door de Taskforce Koersvast waarin bestuurders en ondernemers zitten die zich inspannen om zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden en -waar mogelijk- nieuwe banen te scheppen. Daartoe werkt de Taskforce, onder voorzitterschap van Hessels, nauw samen met gemeenten, bedrijfsleven en kennisinstellingen.Voor Koersvast Limburg is dit jaar zo’n vier miljoen euro uitgetrokken. Vriend en vijand zijn het er over eens dat het de verdienste van Hessels is dat hij betrokken partijen zo snel op één lijn heeft gekregen. Hessels: “Uitgangspunt van beleid blijft de Versnellingsagenda, de hoofdlijnen voor de langere termijn blijven overeind. Maar juist in crisistijd moeten we nieuwe innovatieve producten en technologieën creëren zodat Limburg beter uit de crisis komt. Dus vooral geen afwachtende houding aannemen, maar uit gaan van eigen daadkracht.”
Die daadkracht moet onder meer blijken uit het naar voren halen van een aantal grote projecten. Bijvoorbeeld de renovatie van het Gouvernement of het onderhoud van provinciale wegen en herstructureringen van stadskernen, zoals aangepakt in Sittard. Ook het helpen van bedrijven die door de crisis in zwaar weer zijn geraakt, heeft hoge prioriteit. “We hebben een aantal maatregelen bedacht, die MKB’ers door de crisis moeten loodsen. Vergeet niet, het midden- en kleinbedrijf is de economische kracht van deze regio”, stelt Hessels vast. “Die mogen we niet in de kou laten staan.” Zo kunnen mkb ondernemers onder meer gebruik maken van ervaren coaches uit het bedrijfsleven die de ondernemers met raad en daad bijstaan, zijn er voor bedrijven met 7-50 medewerkers ‘interventieteams’ die bedrijven begeleiden bij hun financiële administratie en het (alsnog) verkrijgen van kredieten bij de banken en is er voor grote innovatieve bedrijven, die een bepaalde ontwikkelingsstap willen zetten, een innovatiefonds in het leven geroepen.
Trekt de Provincie niet te veel naar zich toe? Bestaat er niet het gevaar van alleenvertoningsrecht? “Absoluut niet”, zegt Hessels gedecideerd. “De Provincie vervult een rol als aanjager. We organiseren en betalen. We zijn de initiator en katalysator. Voor mij is het zonneklaar dat er dient te worden geïnvesteerd in voorwaardenscheppende en vernieuwende projecten die een positieve uitwerking hebben op het investeringsklimaat, het vestigingsklimaat en innovatie. Neem het breedbandproject. Natuurlijk, steek je met een bedrag van honderd miljoen euro voor glasvezeltechnologie je nek uit. Maar het gaat er, sec genomen, nog niet zo zeer om, om die breedband provinciebreed aan te leggen (Limburg als eerste provincie die volledig op glasvezel is aangesloten, red.). Wat je ziet is dat de op IP gebaseerde internettechnologieën de komende decennia de grootste economische groeisectoren zijn. Van overheden, bedrijfsleven, zorg, onderwijs tot cultuur en wetenschap: allemaal gaan ze gebruik maken van breedband. Op het moment dat je geen uitstekende infrastructuur hebt, kun je ook niet de bedrijven aantrekken die er gebruik van maken. Wij willen nou juist dat die ontwikkelingen hier in Limburg plaatsvinden; die groeisector hier naar toe halen.” Hessels maakt zich zorgen over de sociale problematiek die kan ontstaan door de steeds toenemende eisen die we stellen aan werknemers. “We zijn van oudsher een industrieprovincie, daar is onze economische structuur mee verbonden. Een gebrek aan arbeid voor de ‘werkende handjes’ moeten we niet willen.” Van de andere kant vindt hij het uitermate belangrijk juist de hoogopgeleiden aan onze provincie te binden. Het stoort hem dat bijvoorbeeld Maastricht University steeds meer colleges geeft in de Engelse taal. “Prachtig, al die buitenlandse studenten. Maar geef die jongeren dan ook de kans kennis te maken met onze taal en contacten met ons op te doen. Nu zie je vaak dat ze helemaal niets met onze omgeving hebben. Ze wortelen hier niet. Het is: studeren en wegwezen. Wat heb je er aan om al die kenniswerkers hier op te leiden, die vervolgens razendsnel terug gaan naar hun eigen land? Je moet ze juist stimuleren om hier te blijven. En dat begint met kennis van onze taal.”
‘Limburg zet in op ontwikkeling naar technologische topregio. Dan behoort een groeisector als breedband en ict in deze regiovanzelfsprekend te zijn.’
Bron: Limburg Onderneemt. Jaargang 9, nr. 9. September 2009
